De Franse Loi Gayssot : Een rechtstreekse vordering van de vervoerder op de afzender tot betaling van de vrachtprijs
Vervoerders worden regelmatig geconfronteerd met onbetaalde facturen, terwijl afzenders van hun kant in bepaalde gevallen worden aangesproken tot betaling van de vrachtprijs van een vervoerder waarmee zij niet hebben gecontracteerd.
In Frankrijk laat de zogenaamde ‘loi Gayssot’, uiteengezet in art. L132-8 van de Franse Code de Commerce toe aan de vervoerder om een dergelijke ‘rechtstreekse vordering in te stellen tegen de afzender of de bestemmeling waar hij nochtans geen rechtstreeks contract mee heeft gesloten.
Deze wet beoogt in hoofdzaak te waarborgen dat de partij die het transport effectief uitvoert ook daadwerkelijk wordt vergoed voor haar prestaties.
Dit instrument heeft in de praktijk een aanzienlijke impact op de aansprakelijkheidsverhoudingen tussen de verschillende actoren in de transportketen, met name wanneer er wordt gewerkt via tussenpersonen zoals commissionairs of expediteurs. Inderdaad zal via de toepassing van deze wet, ook bij faillissement van de eigenlijke klant (bv een commissionair) toch nog met succes de betaling van de vrachtfactuur kunnen bekomen.
Daarbij worden de afzender en bestemmeling door de wet aangemerkt als garanten van de betaling van de transportprijs. Dit impliceert dat zij in voorkomend geval gehouden kunnen zijn tot betaling, zelfs indien zij reeds hebben betaald aan een tussenpersoon die vervolgens in gebreke blijft (al dan niet na faillissement)/ Deze bepaling is van dwingend recht, zodat hier niet kan van worden afgeweken.
Belangrijke bemerking hierbij is dat enkel de effectieve vervoerder zich op deze bepaling kan beroepen. Tussenpersonen of vervoerders die de opdracht zelf in onderaanneming hebben doorgegeven kunnen deze rechtstreekse vordering niet inroepen.
Gezien de Loi Gayssot deel uitmaakt van het Franse nationale recht, is deze voor de vervoerder gunstige bepaling uiteraard enkel toepasselijk indien het Frans recht toepassing vindt. Dit zal het geval zijn in de volgende situaties:
- Er is tussen partijen uitdrukkelijk keuze gemaakt voor het Franse recht (bv in een contract of toepasselijke algemene voorwaarden)
- De goederen worden vervoerd door een Franse vervoerder, en de plaats van aflevering is in Frankrijk gelegen
- De goederen worden vervoerd door een Franse vervoerder, en de hoofd/exploitatievestiging van de afzender is in Frankrijk gelegen
- De goederen worden afgeleverd in Frankrijk ,terwijl de hoofdvestiging van de effectieve vervoerder en de plaats van inontvangstname van de goederen zich beide in een verschillend land bevinden. (bv een transport van Nederland naar Frankrijk door een Belgisch vervoerder)
In deze gevallen zal de effectieve vervoerder zich aldus rechtstreek kunnen richten ten aanzien van de afzender of bestemmeling.
Op dit vlak dient trouwens bemerkt dat ook het Spaanse recht voorziet in een soortgelijke waarborg voor de vervoerder.
Mocht u hierover vragen hebben, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen.
